Escort met een verleden...
zondag 13 oktober 2013
Wij hebben dat ook
Ik
was de tweede van de klas die ongesteld werd. Maar eigenlijk toch de
eerste, want K, die ze een maand eerder kreeg, was een jaar blijven
zitten en was ouder dan ik. Het vijfde leerjaar was nog maar een paar
maanden oud, ik was er vroeg bij.
Hoewel ik nooit voorgelicht was wist ik natuurlijk wel wat er aan de
hand was. Hier had ik naar uit gekeken, maar nu het zo ver was, voelde
ik enkel schaamte en angst. Ik begreep niet waar dat gevoel vandaan kwam
maar het was er wel. Dit moest ik verborgen houden. Koste wat kost.
Thuis pikte ik zo nu en dan een maandverbandje uit de kast van mijn
zus. Niet te vaak, want dan zou het opvallen. De gebruikte
maandverbanden hield ik bij en gooide ik op school stiekem in de
vuilnisbak. De rest van de tijd propte ik dikke lagen toiletpapier in
mijn onderbroekje. Niemand mocht het weten...
Na drie dagen
was het geheim geen geheim meer. Ik sliep bij mijn moeder in bed en zij
had bloedvlekken op de lakens gezien. Ik had mezelf verraden.
Ze
stormde de badkamer in. Ik keek haar aan, uitdagend, maar toch trillend,
onzeker, bang. Ik vroeg haar wat er aan de hand was. Ze antwoordde niet
en keek me in plaats daarvan heel verdwaasd aan. Haar ogen stonden
glazig. Toen deed ze een greep naar mijn slipje en wilde het naar
beneden trekken. Ik gilde het uit als een wild dier, was volledig
overstuur. Plots was ze weg...
Nog geen minuut later stond ze
weer voor me. Ze hield één van mijn slipjes in haar hand. Ze had er een
maandverbandje ingekleefd en ze drukte het aan, minutenlang, heel
geconcentreerd, alsof het muurvast moest zitten en nooit meer mocht
loskomen. Ik keek haar verbaasd aan. Waar was ze in hemelsnaam mee
bezig...
Het enige dat ze zei was: Wij hebben dat ook hoor, elke maand.
Dat weet ik wel, antwoordde ik.
Ze troonde me mee naar de woonkamer. Ze ging zitten op de bank, ik voor
haar op de grond. Ze borstelde zoals elke ochtend mijn haar en maakte
er twee strakke vlechten in.
Toen ging ik naar school. Vanbuiten meisje, vanbinnen vrouw.
Van onder
Over intieme lichaamsdelen werd niet gesproken, tenzij met veel schroom en omwegen.
Toen ik ongesteld werd kreeg ik geen voorlichting, geen gesprek, geen
troost of begrip. Ik was makkelijk vatbaar voor vaginale infecties, als
heel jong meisje al, zonder seksueel actief te zijn. Nu denk ik dat de
infecties deels psychosomatisch van aard waren.
De eerste keer dat
ik het had, was mijn moeder erg boos. Ze kon niet begrijpen dat ik
zoiets had 'opgelopen' en toch geen seks had. Het woordje 'seks' werd
trouwens ook niet uitgesproken, ze vroeg me dan of ik 'er ene aan mij
had laten zitten'.
Ze ging met mij naar de huisarts, wat ik vreselijk gênant vond.
"Ja, dokter W... ze heeft een ontsteking... vanonder!"
Pas toen dokter W haar verzekerd had dat vaginale infecties doodnormaal
zijn en niets te maken hoeven hebben met seks of gebrek aan hygiëne
bedaarde ze. Eenmaal weer thuis werd het onderwerp weer doodgezwegen.
Ik heb nooit geweten hoe ik mezelf 'daar' moet benoemen. Vagina. Schede. Vagijn. Kut. Poesje. Spleetje. Gleuf. Geboortekanaal.
Alles klinkt even walgelijk, smerig, onnozel. Stuk voor stuk woorden waar ik een hekel aan heb en die niet bij me passen.
Door het nooit benoemd te hebben, is het een deel van me geworden waar ik me voor schaam, waar ik bang voor ben.
Een deel dat ik niet kan aanvaarden als een deel van mezelf.
Ontspanning
Mijn moeder heeft me geleerd dat seks slecht is.
Die boodschap gaf ze me door mij de pil af te pakken, mijn condooms uit
mijn portemonnee te halen, mij twee jaar huisarrest te geven toen ik
toch voor het eerst met iemand naar bed ging.
Haar allergrootste
angst was dat ik met seks in aanraking zou komen, met jongens, mannen.
Er werd niet over gesproken, en tijdens kusscènes op tv vielen er altijd
ongemakkelijke stiltes. Ik bloosde dan hevig, niet om wat ik zag, maar
omdat ik me schaamde, alsof ik het was die daar hevig stond te zoenen en
ik voelde hoe afkeurend mijn moeder me gadesloeg.
Toen ik zeventien was betrapte mijn moeder me toen ik op mijn kamer
masturbeerde. Ik schrok en schaamde me, maar ik had verwacht dat ze
gewoon weer weg zou gaan. In de plaats daarvan bleef ze staan in de
deuropening en schold me de huid vol. Waar ik mee bezig was, of het
dààrom was dat ik zo'n onhandelbare puber was, omdat ik eens goed ***
wou worden. Ze zei me dat ik nét mijn vader was, die was ook
seksverslaafd... Ik had me van het bed af laten zakken aan de kant waar
ze me niet kon zien en probeerde - al liggend op de grond - mijn broek
weer over mijn billen te trekken terwijl ik hysterisch huilde. Ze ging
weg en er is niets meer over gezegd, maar ik kreeg dagenlang de
doodzwijg-behandeling...
Later, ik moet al acht- of negentien
geweest zijn, verdween uit mijn kamer mijn Justine, het erotisch boek
van Markies de Sade. Ik vond het verscheurd en uit elkaar gerukt in de
vuilnisbak, tussen de aardappelschillen.
Seks mocht niet. Seks
was vuil en vies. Ik was verdorven. Die boodschap kreeg ik mee van mijn
moeder. Het resultaat was dat ik het ergens ben gaan geloven en haar
grootste angst waarmaakte door de prostitutie in te gaan. Ik ging me
gedragen naar het beeld dat zij van me geschapen had, dat zij me
voorhield.
Ik ben nu zo ver dat ik weet dat zij verkeerd was.
Seks hoeft niet vies te zijn. Ik ben niet smerig en verdorven, en ik
lijk niet op haar, noch op mijn vader die mijn zussen heeft aangerand
toen ze amper negen en elf waren. Dit alles wéét ik. Alleen voelt het
niet zo...
Ik zou willen dat deze hersenspoeling met onmiddellijke ingang ongedaan kon worden gemaakt, als ik maar wist hoe.
Ik zou willen dat ik opnieuw kan ontspannen, kan genieten, met iemand
die ik vertrouw, in plaats van die brok in mijn keel te krijgen bij elke
aanraking en mijn moeder voor me te zien die vol walging op me
neerkijkt.
Mama, wat heb je me toch aangedaan...
Godin
Ik wil dat je Mij aanbidt als een Godin. Dat je ontzag voor Me hebt, zelfs een beetje bang voor Mij bent.
Ik wil dat je Me vereert, dat je een hele dag snakt naar één enkele
blik, één enkel woord van Mij. Ik wil dat je Me smeekt om tegen je te
praten, om je aan te raken. Ik wil je zien hunkeren en smachten, ik wil
lijden zien, lijden dat je ziel helemaal verteert. Alleen Ik heb de
macht om een einde te maken aan dat lijden.
Mijn strenge maar
liefdevolle blik zal zalvend zijn, Mijn hand die eindelijk je haren
streelt zal je in vervoering brengen. Je slaakt een zucht...
Ik
leid je naar ons, nee, naar Mijn bed, het altaar, waar Ik je zal
toestaan Mij aan te raken, eerst met gesloten ogen. Je mag absoluut niet
kijken...
Dien Mij. Bevredig Mij. Laat je handen dwalen over
mijn lichaam, langzaam, niet te gretig! Voel hoe Mijn tepels zich
erecteren, hoe hard ze worden onder de streling van je tong. Ik duw je
hoofd naar beneden, dààr, tussen Mijn dijen, dààr moet je wezen. Doe je
werk. Drink van Mij, laaf je aan Mijn bitterzoete nectar tot je dronken
en duizelig wordt. Of nee, tot IK zeg dat het genoeg is.
Snelle ademhaling. Klauwende nagels. Een gil. Ik ruk je hoofd opzij. Stop!
Nu mag je je ogen openen... Je kijkt Me wazig en verlangend aan. Je
harde mannelijkheid schokt van opwinding. Maar Ik ben moe... Ik wil
slapen, lang en diep...
Ik zie de teleurstelling op je gezicht. Je
hebt je werk naar behoren uitgevoerd, dus ik sta je toe om vannacht bij
Mij te blijven. Ik sluit Mijn ogen en zak weg in een heerlijke, diepe
slaap. Ik hoor nog net hoe je zuchtend en steunend jezelf naar een
hoogtepunt toewerkt. Tevreden en dankbaar sluit ook jij je ogen.
De nacht kijkt toe hoe we ons weer opladen...
Vlekken op mijn ziel
Ik was jong. Een tienermeisje nog. Eenzaam en onbegrepen.
Jij was ouder. Schreef gedichten. Praatte tegen me op een lieve, beschermende toon.
Of ik je wou ontmoeten? Ja, driedubbel ja!
We spraken af bij het treinstation. Ik schrok toen ik je zag. Je was
lelijk, maar daar had ik geen probleem mee. Iemands uiterlijk deed er
voor mij niet toe en dat doet het nog steeds niet. Waar ik van schrok
was de onverzorgde, bijna ontbindende staat waarin je lichaam verkeerde.
Ik probeerde me over mijn walging heen te zetten en gaf je toch een kus
op je wang ter begroeting. Je lachte je scheve, lichtbruine tanden
bloot en raakte mijn blote arm even aan met je al even getaande vingers.
Ik huiverde.
Stap in, zei je. We gaan wat drinken. Ik voelde
de verstarring en aarzeling in mijn lichaam maar stapte toch in. Ik was
niet eens verbaasd toen ik zag dat je niet de stad inreed.
Voor ik het wist bevonden we ons midden in de Haspengouwse velden. Je hield halt en keek me aan...
Ik voelde hoe mijn keel dicht zat. Ik kon niets uitbrengen. Dit was mijn eigen, domme schuld...
Het enige dat ik kon uitbrengen was dat ik ongesteld was, dat het niet
kon. Je stapte uit, deed het achterportier open en bekleedde de
achterbank met oude kranten. Ga daar maar op liggen, zei je kalm, dan
bevuil je mijn auto niet.
In een fractie van een seconde schatte ik
mijn kansen in. Kansen die ik niet had. Ik kon niet wegrennen, gillen
had geen zin. Me lichamelijk verzetten durfde ik niet. Ik stapte gedwee
uit en ging liggen op de stinkende hoop kranten.
Je nam me in een paar minuten. Ik huilde stilletjes. Toen je klaar was trok je mijn slipje weer over mijn billen.
De weg van het station naar huis was lang. Voorbijgangers keken me
bevreemd aan. Mijn rok zat onder de bloedvlekken. Maar niemand sprak,
niemand vroeg...
Thuisgekomen propte ik snel mijn kleren in de wasmachine. De vlekken zijn er echter nooit uitgegaan.
Ga weg
Je mag niet anders zijn dan de groep. Als je anders bent, dan wordt dat afgestraft.
Met een beetje mazzel word je gewoon 'raar' gevonden. Heb je pech, dan word je gehaat, gepest, verstoten, belachelijk gemaakt.
Het wordt je verweten. Je zou anders zijn gewoon omdat je dat zélf wilt, om op te vallen, aandacht te trekken.
"Doe toch eens normaal! Doe toch eens mee met de rest, gedraag je nu toch eens zoals iedereen!"
Hou er toch eens mee op om tijdens de pauze op school te gaan zitten
lezen in plaats van gewoon bij de rest rond te hangen. Waarom zijn jouw
opstellen altijd langer dan die van de anderen? Waarom schrijf je altijd
twéé gedichten als we er maar één moeten schrijven als huiswerk? Waarom
ben je zo'n wijsneus? Dit is school... we zijn hier omdat het moet. We
doen wat van ons gevraagd wordt en niet meer dan dat.
Waarom doe je niet mee met de mode? Je loopt er altijd anders bij.
Waarom eet je geen vlees? Je bent dertien... Je hoort junk food lekker
te vinden. Je bent nog te jong om stil te staan bij eventuele
gezondheidsrisico's en de impact op het milieu.
Waarom moet jij
niet meedoen aan bepaalde examens en overhoringen? Waarom word jij
speciaal behandeld? Waarom trek je je terug, waarom lach je niet mee met
de klas als de leraar gepest en tot het uiterste gedreven wordt? Voel
je je beter, belangrijker dan ons? Is dat het? Voel je je superieur?
Je moet zijn zoals wij. Wij zijn in de meerderheid, dus jij moet je
maar aanpassen. Afwijkend gedrag en andere meningen worden hier niet
getolereerd.
Je bent niet alleen raar of anders... Je bent een plaag. Een geïnfecteerde plek binnen onze groep.
Wij willen niet dat iedereen geïnfecteerd raakt. Dus sluiten we je uit.
Jij hoort hier niet. Jij hoort niet bij ons.
En als je niet vanzelf weggaat, dan zorgen wij er wel voor...
Ga weg. Wij moeten je hier niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)