zondag 13 oktober 2013
Wij hebben dat ook
Ik
was de tweede van de klas die ongesteld werd. Maar eigenlijk toch de
eerste, want K, die ze een maand eerder kreeg, was een jaar blijven
zitten en was ouder dan ik. Het vijfde leerjaar was nog maar een paar
maanden oud, ik was er vroeg bij.
Hoewel ik nooit voorgelicht was wist ik natuurlijk wel wat er aan de
hand was. Hier had ik naar uit gekeken, maar nu het zo ver was, voelde
ik enkel schaamte en angst. Ik begreep niet waar dat gevoel vandaan kwam
maar het was er wel. Dit moest ik verborgen houden. Koste wat kost.
Thuis pikte ik zo nu en dan een maandverbandje uit de kast van mijn
zus. Niet te vaak, want dan zou het opvallen. De gebruikte
maandverbanden hield ik bij en gooide ik op school stiekem in de
vuilnisbak. De rest van de tijd propte ik dikke lagen toiletpapier in
mijn onderbroekje. Niemand mocht het weten...
Na drie dagen
was het geheim geen geheim meer. Ik sliep bij mijn moeder in bed en zij
had bloedvlekken op de lakens gezien. Ik had mezelf verraden.
Ze
stormde de badkamer in. Ik keek haar aan, uitdagend, maar toch trillend,
onzeker, bang. Ik vroeg haar wat er aan de hand was. Ze antwoordde niet
en keek me in plaats daarvan heel verdwaasd aan. Haar ogen stonden
glazig. Toen deed ze een greep naar mijn slipje en wilde het naar
beneden trekken. Ik gilde het uit als een wild dier, was volledig
overstuur. Plots was ze weg...
Nog geen minuut later stond ze
weer voor me. Ze hield één van mijn slipjes in haar hand. Ze had er een
maandverbandje ingekleefd en ze drukte het aan, minutenlang, heel
geconcentreerd, alsof het muurvast moest zitten en nooit meer mocht
loskomen. Ik keek haar verbaasd aan. Waar was ze in hemelsnaam mee
bezig...
Het enige dat ze zei was: Wij hebben dat ook hoor, elke maand.
Dat weet ik wel, antwoordde ik.
Ze troonde me mee naar de woonkamer. Ze ging zitten op de bank, ik voor
haar op de grond. Ze borstelde zoals elke ochtend mijn haar en maakte
er twee strakke vlechten in.
Toen ging ik naar school. Vanbuiten meisje, vanbinnen vrouw.
Van onder
Over intieme lichaamsdelen werd niet gesproken, tenzij met veel schroom en omwegen.
Toen ik ongesteld werd kreeg ik geen voorlichting, geen gesprek, geen
troost of begrip. Ik was makkelijk vatbaar voor vaginale infecties, als
heel jong meisje al, zonder seksueel actief te zijn. Nu denk ik dat de
infecties deels psychosomatisch van aard waren.
De eerste keer dat
ik het had, was mijn moeder erg boos. Ze kon niet begrijpen dat ik
zoiets had 'opgelopen' en toch geen seks had. Het woordje 'seks' werd
trouwens ook niet uitgesproken, ze vroeg me dan of ik 'er ene aan mij
had laten zitten'.
Ze ging met mij naar de huisarts, wat ik vreselijk gênant vond.
"Ja, dokter W... ze heeft een ontsteking... vanonder!"
Pas toen dokter W haar verzekerd had dat vaginale infecties doodnormaal
zijn en niets te maken hoeven hebben met seks of gebrek aan hygiëne
bedaarde ze. Eenmaal weer thuis werd het onderwerp weer doodgezwegen.
Ik heb nooit geweten hoe ik mezelf 'daar' moet benoemen. Vagina. Schede. Vagijn. Kut. Poesje. Spleetje. Gleuf. Geboortekanaal.
Alles klinkt even walgelijk, smerig, onnozel. Stuk voor stuk woorden waar ik een hekel aan heb en die niet bij me passen.
Door het nooit benoemd te hebben, is het een deel van me geworden waar ik me voor schaam, waar ik bang voor ben.
Een deel dat ik niet kan aanvaarden als een deel van mezelf.
Ontspanning
Mijn moeder heeft me geleerd dat seks slecht is.
Die boodschap gaf ze me door mij de pil af te pakken, mijn condooms uit
mijn portemonnee te halen, mij twee jaar huisarrest te geven toen ik
toch voor het eerst met iemand naar bed ging.
Haar allergrootste
angst was dat ik met seks in aanraking zou komen, met jongens, mannen.
Er werd niet over gesproken, en tijdens kusscènes op tv vielen er altijd
ongemakkelijke stiltes. Ik bloosde dan hevig, niet om wat ik zag, maar
omdat ik me schaamde, alsof ik het was die daar hevig stond te zoenen en
ik voelde hoe afkeurend mijn moeder me gadesloeg.
Toen ik zeventien was betrapte mijn moeder me toen ik op mijn kamer
masturbeerde. Ik schrok en schaamde me, maar ik had verwacht dat ze
gewoon weer weg zou gaan. In de plaats daarvan bleef ze staan in de
deuropening en schold me de huid vol. Waar ik mee bezig was, of het
dààrom was dat ik zo'n onhandelbare puber was, omdat ik eens goed ***
wou worden. Ze zei me dat ik nét mijn vader was, die was ook
seksverslaafd... Ik had me van het bed af laten zakken aan de kant waar
ze me niet kon zien en probeerde - al liggend op de grond - mijn broek
weer over mijn billen te trekken terwijl ik hysterisch huilde. Ze ging
weg en er is niets meer over gezegd, maar ik kreeg dagenlang de
doodzwijg-behandeling...
Later, ik moet al acht- of negentien
geweest zijn, verdween uit mijn kamer mijn Justine, het erotisch boek
van Markies de Sade. Ik vond het verscheurd en uit elkaar gerukt in de
vuilnisbak, tussen de aardappelschillen.
Seks mocht niet. Seks
was vuil en vies. Ik was verdorven. Die boodschap kreeg ik mee van mijn
moeder. Het resultaat was dat ik het ergens ben gaan geloven en haar
grootste angst waarmaakte door de prostitutie in te gaan. Ik ging me
gedragen naar het beeld dat zij van me geschapen had, dat zij me
voorhield.
Ik ben nu zo ver dat ik weet dat zij verkeerd was.
Seks hoeft niet vies te zijn. Ik ben niet smerig en verdorven, en ik
lijk niet op haar, noch op mijn vader die mijn zussen heeft aangerand
toen ze amper negen en elf waren. Dit alles wéét ik. Alleen voelt het
niet zo...
Ik zou willen dat deze hersenspoeling met onmiddellijke ingang ongedaan kon worden gemaakt, als ik maar wist hoe.
Ik zou willen dat ik opnieuw kan ontspannen, kan genieten, met iemand
die ik vertrouw, in plaats van die brok in mijn keel te krijgen bij elke
aanraking en mijn moeder voor me te zien die vol walging op me
neerkijkt.
Mama, wat heb je me toch aangedaan...
Godin
Ik wil dat je Mij aanbidt als een Godin. Dat je ontzag voor Me hebt, zelfs een beetje bang voor Mij bent.
Ik wil dat je Me vereert, dat je een hele dag snakt naar één enkele
blik, één enkel woord van Mij. Ik wil dat je Me smeekt om tegen je te
praten, om je aan te raken. Ik wil je zien hunkeren en smachten, ik wil
lijden zien, lijden dat je ziel helemaal verteert. Alleen Ik heb de
macht om een einde te maken aan dat lijden.
Mijn strenge maar
liefdevolle blik zal zalvend zijn, Mijn hand die eindelijk je haren
streelt zal je in vervoering brengen. Je slaakt een zucht...
Ik
leid je naar ons, nee, naar Mijn bed, het altaar, waar Ik je zal
toestaan Mij aan te raken, eerst met gesloten ogen. Je mag absoluut niet
kijken...
Dien Mij. Bevredig Mij. Laat je handen dwalen over
mijn lichaam, langzaam, niet te gretig! Voel hoe Mijn tepels zich
erecteren, hoe hard ze worden onder de streling van je tong. Ik duw je
hoofd naar beneden, dààr, tussen Mijn dijen, dààr moet je wezen. Doe je
werk. Drink van Mij, laaf je aan Mijn bitterzoete nectar tot je dronken
en duizelig wordt. Of nee, tot IK zeg dat het genoeg is.
Snelle ademhaling. Klauwende nagels. Een gil. Ik ruk je hoofd opzij. Stop!
Nu mag je je ogen openen... Je kijkt Me wazig en verlangend aan. Je
harde mannelijkheid schokt van opwinding. Maar Ik ben moe... Ik wil
slapen, lang en diep...
Ik zie de teleurstelling op je gezicht. Je
hebt je werk naar behoren uitgevoerd, dus ik sta je toe om vannacht bij
Mij te blijven. Ik sluit Mijn ogen en zak weg in een heerlijke, diepe
slaap. Ik hoor nog net hoe je zuchtend en steunend jezelf naar een
hoogtepunt toewerkt. Tevreden en dankbaar sluit ook jij je ogen.
De nacht kijkt toe hoe we ons weer opladen...
Vlekken op mijn ziel
Ik was jong. Een tienermeisje nog. Eenzaam en onbegrepen.
Jij was ouder. Schreef gedichten. Praatte tegen me op een lieve, beschermende toon.
Of ik je wou ontmoeten? Ja, driedubbel ja!
We spraken af bij het treinstation. Ik schrok toen ik je zag. Je was
lelijk, maar daar had ik geen probleem mee. Iemands uiterlijk deed er
voor mij niet toe en dat doet het nog steeds niet. Waar ik van schrok
was de onverzorgde, bijna ontbindende staat waarin je lichaam verkeerde.
Ik probeerde me over mijn walging heen te zetten en gaf je toch een kus
op je wang ter begroeting. Je lachte je scheve, lichtbruine tanden
bloot en raakte mijn blote arm even aan met je al even getaande vingers.
Ik huiverde.
Stap in, zei je. We gaan wat drinken. Ik voelde
de verstarring en aarzeling in mijn lichaam maar stapte toch in. Ik was
niet eens verbaasd toen ik zag dat je niet de stad inreed.
Voor ik het wist bevonden we ons midden in de Haspengouwse velden. Je hield halt en keek me aan...
Ik voelde hoe mijn keel dicht zat. Ik kon niets uitbrengen. Dit was mijn eigen, domme schuld...
Het enige dat ik kon uitbrengen was dat ik ongesteld was, dat het niet
kon. Je stapte uit, deed het achterportier open en bekleedde de
achterbank met oude kranten. Ga daar maar op liggen, zei je kalm, dan
bevuil je mijn auto niet.
In een fractie van een seconde schatte ik
mijn kansen in. Kansen die ik niet had. Ik kon niet wegrennen, gillen
had geen zin. Me lichamelijk verzetten durfde ik niet. Ik stapte gedwee
uit en ging liggen op de stinkende hoop kranten.
Je nam me in een paar minuten. Ik huilde stilletjes. Toen je klaar was trok je mijn slipje weer over mijn billen.
De weg van het station naar huis was lang. Voorbijgangers keken me
bevreemd aan. Mijn rok zat onder de bloedvlekken. Maar niemand sprak,
niemand vroeg...
Thuisgekomen propte ik snel mijn kleren in de wasmachine. De vlekken zijn er echter nooit uitgegaan.
Ga weg
Je mag niet anders zijn dan de groep. Als je anders bent, dan wordt dat afgestraft.
Met een beetje mazzel word je gewoon 'raar' gevonden. Heb je pech, dan word je gehaat, gepest, verstoten, belachelijk gemaakt.
Het wordt je verweten. Je zou anders zijn gewoon omdat je dat zélf wilt, om op te vallen, aandacht te trekken.
"Doe toch eens normaal! Doe toch eens mee met de rest, gedraag je nu toch eens zoals iedereen!"
Hou er toch eens mee op om tijdens de pauze op school te gaan zitten
lezen in plaats van gewoon bij de rest rond te hangen. Waarom zijn jouw
opstellen altijd langer dan die van de anderen? Waarom schrijf je altijd
twéé gedichten als we er maar één moeten schrijven als huiswerk? Waarom
ben je zo'n wijsneus? Dit is school... we zijn hier omdat het moet. We
doen wat van ons gevraagd wordt en niet meer dan dat.
Waarom doe je niet mee met de mode? Je loopt er altijd anders bij.
Waarom eet je geen vlees? Je bent dertien... Je hoort junk food lekker
te vinden. Je bent nog te jong om stil te staan bij eventuele
gezondheidsrisico's en de impact op het milieu.
Waarom moet jij
niet meedoen aan bepaalde examens en overhoringen? Waarom word jij
speciaal behandeld? Waarom trek je je terug, waarom lach je niet mee met
de klas als de leraar gepest en tot het uiterste gedreven wordt? Voel
je je beter, belangrijker dan ons? Is dat het? Voel je je superieur?
Je moet zijn zoals wij. Wij zijn in de meerderheid, dus jij moet je
maar aanpassen. Afwijkend gedrag en andere meningen worden hier niet
getolereerd.
Je bent niet alleen raar of anders... Je bent een plaag. Een geïnfecteerde plek binnen onze groep.
Wij willen niet dat iedereen geïnfecteerd raakt. Dus sluiten we je uit.
Jij hoort hier niet. Jij hoort niet bij ons.
En als je niet vanzelf weggaat, dan zorgen wij er wel voor...
Ga weg. Wij moeten je hier niet.
Blote troost
Doorheen al die jaren waren er altijd mensen die me wilden troosten.
Kom, meisje, zet je eens op mijn knie. Vertel het maar allemaal aan
mij. Ik zal luisteren. Ik begrijp je. Ik veroordeel je niet. Arm kind...
Niet alle mannen zijn zo, dat weet je toch wel?
Ja, dat wist ik. Daar was ik ook van overtuigd. Nog steeds.
Daar moest ik van overtuigd zijn, van mezelf.
Ik ben niet zo hoor, ik zou een meisje nooit zo behandelen. Ik ben lief
en zacht voor meisjes zoals jij. Ik zal je troosten. Vlij je maar tegen
me aan.
En ik huilde en vertelde. Snikte het uit. Legde mijn ziel bloot.
Onderwijl legden zij hun penis bloot.
Want zo een teer, fragiel meisje dat zo veel aan moet kunnen, zoveel te
verduren krijgt, dat werkte op hun vadergevoel. Ze wilden me troosten,
er voor me zijn. Me helpen. Zij konden me genezen, me uit het dal
trekken.
Maar eerst wilden zij mijn dal verkennen. Hun penis werd
bloter en bloter. Ik bracht een soort kortsluiting bij hen teweeg. Ze
voelden zich vader, maar dronken van mijn lichaam. Ze konden het niet
tegenhouden. En ik, ik had er de kracht niet meer voor om dat te doen.
Troost
Je klampte je aan me vast. Ik hoorde je zuchten. Ik weet niet of het een zucht was van genot, of van spijt.
Had je er spijt van, dat je dit gedaan had? Werd je nu teruggeworpen in
de realiteit? Dacht je eraan dat het allemaal maar alsof was geweest?
Je keek me aan, en ik kon niet thuisbrengen of het een blik was van pijn of 'verliefdheid'. Misschien wel van allebei.
Ik vroeg me af of ik je misschien méér tederheid had gegeven dan welke
vrouw ook. Dat zou wel ironisch zijn...Aandachtig bleef je kijken... je
glimlachte niet. Héél even vond ik je mooi. Je groene ogen en je lange,
donkere wimpers. Je gave huid. Een jongen zoals jij zou dit niet mogen
doen...
Onze karakters en levens lagen mijlenver uiteen en je was
niet mijn type, maar toch vond ik het zonde, kreeg ik het gevoel alsof
ik je 'bezoedeld' had. Hopelijk heb ik je niet bezoedeld voor het leven.
Ik kuste je nog op je voorhoofd, op je ogen, opdat ik de pijn niet zou zien.
Je kwam bij je positieven en ging douchen.
Als het een troost mag zijn, ik vond het niet erg om met je te vrijen.
BDSM
Waarom ik voor BDSM gekozen heb, waarom ik Domineer:
Ik groeide op bij mijn moeder en twee zussen. Ik was een echt
nakomertje, mijn zussen scheelden tien en twaalf jaar met mij. Mijn
moeder had een leven vol misbruik achter de rug door haar twee
ex-mannen, dat zo angstaanjagend geweest moet zijn dat ze op een dag
besloot dat er geen enkele man meer in huis kwam. Niet voor haar. Niet
voor mijn zussen. Niet voor mij.
Mijn moeder was mijn Domme.
Mijn Meesteres. Haar waanzinnig strikte opvoeding kwam voort uit angst,
wat ik toen nog niet begreep. Mijn moeder was bang. Voor mij, voor wat
me zou kunnen overkomen.
En ik was bang voor haar.
Haar strikte opvoeding evolueerde naar ernstig psychisch misbruik.
Ze indoctrineerde me, ze vernederde me, ze bepaalde alles voor me.
Wat ik at. Wanneer ik at. Welke kleren ik wanneer droeg. Met wie ik
omging. Welke boeken ik las. Welke meningen ik er op moest nahouden.
Een eigen kamer had ik niet, ik sliep bij haar in bed tot ik 15 was.
Privacy heb ik niet gekend als kind en als tiener.
Ze bracht me naar school, ze haalde me van school. Bezoek mocht ik
zelden tot nooit ontvangen, en als het wel mocht, dan bleef ze de hele
middag bij ons zitten.
Alleen thuisblijven mocht ik niet, ook niet als ze even naar de winkel ging.
Ik mocht tegen niemand praten over hoe het er thuis aantoe ging. Ik
werd dan ook dagelijks gecontroleerd, had ik nergens stiekem een
dagboek, of 'hulpbriefjes' voor leraars en klasgenoten...
Eén keer
waagde ik het toch, om hulp te zoeken via school...Buiten mijn weten om
werd mijn moeder naar school gehaald waar ze een gesprek met haar
hadden. Het resultaat daarvan was dat ik werd afgeschilderd als
onhandelbare, opstandige puber, en mijn moeder als een zielige
allenstaande vrouw die mij niet meer aankon.
Thuis zwaaide er natuurlijk wat...
Moeders straffen waren niet van de poes. Ze waren nooit van
lichamelijke aard, later zou ik gewenst hebben dat ze dat wel waren.
Ik werd opgesloten in huis, maanden aan een stuk, één keer zelfs twee
jaar. Aan uitbreken dacht ik niet, dan werd alles alleen maar erger.
Ze haalde mijn kamer overhoop en riep dan de buren erbij, zodat ze een kijkje konden nemen.
Ze noemde me een hoer, een gestoorde trut, een slet die vieze ziektes
zou oplopen, enkel en alleen omdat ze me met een jongen had zien praten
op school.
Ze gooide al mijn kleren uit het raam (drie verdiepingen hoog) omdat ik mijn kleren niet goed genoeg gestreken had.
Ze verweet me een slechte dochter te zijn. Een dochter die hààr verdriet aandeed... en dat vond ik nog het ergste van allemaal.
Toen ik 19 was, ben ik gevlucht. Ik rende ver weg en ben blijven rennen, blijven zwerven.
Nu ben ik bijna 32 en weet ik, begrijp ik het waarom. Ik begrijp waarom, mama.
Niemand zal mijn vrijheid nog beperken. Niemand zal mij nog vertellen
wat ik moet doen en wat niet. Niemand zal mijn leven nog voor me
bepalen.
Ik domineer nu op de manier waarop ik als kind gedomineerd
had willen worden. Het seksuele aspect komt er nu eventueel bij, maar is
voor mij vrijwel betekenisloos.
Ik ben de Domme, de Begeleidster, de Opvoedster, die ik verdiend had.
Ik kan laten zien dat IK wel weet hoe het moet. Dat ik ondanks mijn
opvoeding dit kàn. Dat ik anderen, ondanks mijn ontberingen, dit gun.
Dit is mijn weg, dit is mijn heelproces, dit is mijn manier van vergeving, acceptatie en zelfliefde.
En het voelt verdomd goed.
Lief dagboek
Als
jong meisje had ik een dagboek waarin ik al mijn ellende, al mijn
fantasieën, in opschreef. Het was heerlijk en ik pende pagina's vol.
Ik had ook wel een aantal penvrienden, maar daar kon ik niet openlijk
aan schrijven hoe ik me voelde. Ik kreeg geen zakgeld dus mijn moeder
betaalde de postzegels. Ik moest dan de brieven in een open envelop
doen en op de kast leggen, zodat zij ze eerst kon keuren voor ze op de
bus gingen. In mijn dagboeken was ik tenminste vrij - dacht ik. Maar
toen verdween mijn dagboek. Op een dag was het er gewoon niet meer. Ik
stelde me er wel vragen bij maar die verdrong ik. Ik begon een nieuw
dagboek, dit keer met een slotje (dat ik gestolen had bij Blokker, weet
ik zelfs nog). Tot ik dat dagboek opengeknipt in de vuilnisbak vond.
Ik begon weer een nieuwe en ook die
verdween. Jaren later, toen ik al volwassen was, vroeg mijn moeder me
om iets bovenop haar kast te pakken waar ze niet bijkon. Toen zag ik
een plastic zak liggen met al mijn oude dagboeken en zelfs brieven die
niet verstuurd waren geweest. Ik bladerde door de boekjes en ik zag dat
ze op elke pagina haar handtekening had gezet en in de kantlijnen
aantekeningen had gemaakt. Héél vaak waren het opmerkingen zoals
'verzonnen' en 'mijn dochter liegt'. Natuurlijk 'loog' ik, één verhaal
was bvb een fantasietje over mezelf (destijds een jaar of 13-14) met een
beroemde voetballer waar ik smoor op was. Ik begreep niet waarom ze er
dan LEUGENS!!!! onder geschreven had. Ik ben er érg van geschrokken,
het maakte me bang. Ik was al bang voor mijn moeder maar toen kreeg ik
door dat ik als kind aan nog veel ergere dingen ontsnapt was. Ik vroeg
me af tot wat ze allemaal in staat geweest zou zijn...
Ik liet de zak met spullen liggen en deed alsof ik niks gezien had.
Het kloppen van je hart
Ik
heb een tijd iets gehad met een getrouwde man. We zijn
vriendschappelijke uit elkaar gegaan en ik koester nog steeds warme
gevoelens voor hem, en hij voor mij. Dit schreef ik na één van onze
ontmoetingen. Ik mis hem, ik mis het gevoel dat we elkaar gaven...
Heerlijke sensatie van koude lucht op mijn lichaam terwijl je mond en
tong mijn schoot in brand zetten. Je weet precies het goede plekje te
vinden, je weet hoe snel je moet gaan, hoeveel druk je moet uitoefenen,
na zo'n korte tijd lijk je mijn lijf al goed te kennen. Ik ben
ontspannen. We hebben tijd deze keer, véél tijd, en toch vrijen we
alsof het onze eerste keer is. Ook een beetje alsof het onze laatste
keer is. Het is lang geleden, en we hebben honger, honger naar elkaar.
Je tong en hand spelen een synchroon spel, en ik
zucht diep als mijn vulva zich met ritmische golfbewegingen om je hand
klemt. Er vormt zich een natte plek onder me en ik kreun zacht, héél
zacht, ondanks de vrijheid die we hier hebben.
Veel tijd om weer
tot mezelf te komen gun je me gelukkig niet. Je laat me letterlijk alle
hoeken van het bed, van de kamer zien. Je stoot wild, hard en diep en
ik ontvang je langs beide wegen. Je bent gemiddeld geschapen, maar toch
lijk je groter nu. Het schrijnt een beetje en ik geniet ervan. Onze
lichamen vormen een ingewikkelde knoop die ik niet meer wil ontwarren.
Als je klaarkomt gil je het uit, luid en onbeheerst. Je schreeuw
snijdt door me heen, kust mijn ziel. Ik hoor er zoveel dingen tegelijk
in: uitputting, bevrediging, opluchting, Liefde. Met een grote L.
Het doet me pijn, maar het is een mooie vorm van pijn. Pijn die ik zowel fysiek als emotioneel voel en wil koesteren.
Je ligt bovenop me en je hijgt. Je bent moe, je bent al héél lang moe.
Je hebt alles wat je nog overhad aan mij gegeven... Ik zou willen dat
je nu mocht slapen. Ik dek je wel toe, mijn lief, ik hou de tijd voor
je in de gaten. Ik wil niet dat je in de problemen komt, maar sluit je
ogen nu even... Rol je op in mijn schoot en laat mij je beschermen.
Laat mij één keer voor je zorgen in plaats van andersom. Maar het kan
niet... Ik weet wel dat het niet kan. Niet nu.
In het hete bad
doe ik alsof er niets aan de hand is, gedraag ik me luchtig. Maar ik
zie er tegenop om weer afscheid te nemen... Maar zonder afscheid ook
geen euforie als ik je weerzie. Ik omhels je, kus je. Kijk even in je
ogen en draai me om.
Nog een paar dagen word ik fysiek aan
onze ontmoeting herinnerd... Mijn vulva klopt pijnlijk, diep in me. En
ik geniet ervan. Het is het kloppen van je hart dat ik met me mee heb
genomen.
Mijn broertje
Hmm,
waar zal ik eens beginnen... Ik heb een jeugdvriend. Toen ik een jaar
of 16 was, was hij 12 en nog echt een jongetje. Klein voor zijn
leeftijd en erg schattig; ik beschouwde hem als mijn kleine broertje en
droeg hem overal mee heen op mijn rug. Op een dag probeerde hij me te
zoenen omdat hij verliefd op me was. Dat heb ik toen afgeketst. Hij
was nog zo'n kind! Wel was ik er erg van gecharmeerd, het deed me wel
wat. We verhuisden, veranderden van school en verloren elkaar uit het
oog.
Ik had zo'n goeie herinneringen aan hem dat ik zelfs mijn
jongste zoon naar hem vernoemde. Wat later vonden we elkaar toevallig
op facebook: euforie! Héél leuk, maar toch was alles (voor mij) een
beetje anders geworden. Bleek dat hij als tiener schizofrenie
ontwikkeld had. Nu was alles al enige jaren onder controle maar hij had
zoveel gemist en was in vele opzichten nog steeds de puber van vroeger
daardoor. Het voelde alsof hij niet mee met mij volwassen geworden was,
maar het was wel gewoon leuk om hem teruggevonden te hebben.
Na
veel wikken en wegen ging ik hem opzoeken, nu zowat een jaar geleden.
Twee koppen groter dan ik, nog steeds dezelfde prachtige ogen, een
volwassen lichaam. Maar ik blééf dat ukje voor me zien van vroeger. De
fysieke aantrekkingskracht was te groot en ik bleef slapen. Hij is
gelovig en we gingen niet 'all the way' maar het was een verhitte nacht.
's Ochtends sloop ik weg en liet ik een briefje achter. Ik weet niet
waarom, ik wou er gewoon wég. We hielden wel contact en ik beloofde
snel weer te komen. Het was alsof één of andere kracht in mezelf me bij
hem wegduwde. Hij was helemaal weg van me maar ik hield de boot af.
Zo ging het een jaar, aantrekken en afstoten, maar geen ontmoeting meer
(en dat lag aan mij).
Vorige week stuurde hij een sms, of het goed
was als hij op visite kwam? Ik dacht er niet over na en sprong op de
trein om hem te halen. Hij is gebleven van vrijdagavond laat tot
zondagmiddag. Het was fijn om hem te zien maar ik vond het nu niet
meteen een geweldig weekendje. Het was gewoon oke. Manlief vond hem
ook gewoon oké, meer niet. Hij sliep in de logeerkamer. Tussen ons is
niets gebeurd behalve wat heftig zoenen maar om de één of andere reden
had dat een ongekend effect op mijn lichaam. Zo ken ik mezelf niet. Ik
ben er écht van geschrokken, en hij ook...
Ik was blij toen hij
weer naar huis ging. Ik kan genieten van gezelschap en ik vind het
heerlijk om mensen te logeren te hebben, maar ik heb zo'n behoefte aan
mezelf, aan me-time. En de meeste bezoekers moet je toch echt wel bezig
houden en ze zijn zo 'aanwezig'.
In elk geval, hij is helemaal van
de kaart en smoor op me. Maar ik... tja. Ik mag hem. Maar ik kan niet
zeggen dat ik verliefd ben. We hebben niks gemeen met elkaar. En hij
is nog zo jong voor zijn leeftijd en ziet er ook zo uit, hoewel hij
inmiddels bijna 28 is. Het is alsof hij 'achtergebleven' is, zonder dat
ik dat persé negatief bedoel. Het niveau tussen ons is zo
verschillend... dat klinkt wellicht arrogant maar zo bedoel ik het
niet. Hij is nog een jongen. En hij is klef en romantisch en dat ben ik
helemaal niet. Hij is zo verliefd... En hij wil deze week alweer
terugkomen. Ik heb er zo geen zin in... maar ik kan het hem niet gewoon
zo zeggen. Het is al zo lang dat we elkaar aantrekken en afstoten. Ik
snap ook niet waar dat vuur in mijn hoofd en mijn lijf vandaan komt als
hij me nog maar omhelst. Het is geen pure fysieke aantrekkingskracht
want zo zit ik niet in elkaar en zo voelt het ook niet. Ik snap niet
wat er aan de hand is en ik weet niet hoe ik hem kan sparen zonder hem
voor te liegen. Het is te veel.
I believe I can fly!
Ik zal een jaar of tien geweest zijn.
Het was een zonnige maar winderige zomerdag. Ik stond op het balkon van
de flat waar we woonden, op de achtste verdieping. In die tijd had ik
nog geen hoogtevrees.
Ik keek naar beneden, naar het groene
gras dat blonk in het felle zonlicht. Ik keek naar de wiegende takken
van de bomen, ik keek naar de rozenbottelstruiken die bloeiden.
Mijn huid voelde verschroeiend warm aan, maar toch kreeg ik kippenvel door de felle wind...
Toen sprong ik naar beneden. Of nee, ik sprong niet, ik vloog. Alleen
niet omhoog, maar omlaag. Ik hoorde een suizend geluid in mijn hoofd. Ik
landde veilig, maar met een flinke klap, in de schaduw van een struik.
Ik stond recht en nam de lift weer naar boven, alsof er niets
onwezenlijks gebeurd was...
Nu ik er aan terugdenk ben ik heel
zeker dat ik wist wat ik deed. Het was geen "weten" als in kennis
hebben, maar eerder een gevoel, een gevoel van diep vertrouwen en rust.
Het hele gebeuren heeft geen verbazing bij me opgeroepen als kind
(omwille van het resterende stukje 'puurheid' dat elk kind bezit...? )
maar nu ik volwassen ben duikt het vaak op in mijn herinneringen, en
vraag ik me af...
Was het een uittreding, een astrale reis? Een teken...? Ik weet het niet. Ik weet enkel zeker dat het geen droom was.
Ik heb daarna nooit weer bewust zoiets ervaren...
Kom je?
Trillend
lig ik te wachten in het donker. Ik probeer al een poosje mijn
ademhaling onder controle te krijgen. Om de haverklap gluur ik op mijn
gsm om te weten hoe laat het is. De minuten verstrijken traag, té traag.
Ik weet niet eens of je wel komt. Misschien lig ik hier voor niets te
wachten en verspil ik kostbare tijd, maar ik kan mezelf me er niet toe
brengen om weg te gaan, om iets anders te gaan doen. Je weet maar
nooit...
Ik laat mijn handen langs mijn benen glijden om mezelf
te verzekeren dat ze helemaal glad zijn, dat ik geen plekje
overgeslagen heb. Ik ruik de vage, zoete vanillegeur, en vraag me af of
je daar wel van houdt.
Ik krijg
het koud, maar ik weiger het dekbed over me heen te trekken, ik wil het
risico niet lopen dat ik het te warm krijg en ga zweten. Ik wil dat je
me puur, fris en schoon vindt in deze kamer, dat er niets op me aan te
merken valt, dat je nergens kan op afknappen.
Weer een uur is
verstreken. Mijn handen spelen achteloos met het toefje haar op mijn
onderbuik. Ik beeld me in dat het niet mijn hand is, maar de jouwe. Ik
voel hoe ik vochtig word. Even maar, héél even, raak ik mezelf aan,
dààr... Ik zucht diep en trek mijn hand terug. Ik moet wachten, op
jou...
Bijna avond. Nog steeds ben je er niet. Ik word een beetje moedeloos.
Voor de zoveelste maal lees en herlees ik de smsjes die we elkaar de
afgelopen dagen gestuurd hebben. De geschreven woorden vormen een film
in mijn hoofd. Ik zie hoe we elkaar te lijf gaan, elkaar likken, bijten,
wild elkaars lichaam in bezit nemen.
Mijn laatste bericht was dat ik vandaag op je zou wachten. Naakt in het duister.
De uren kruipen voorbij... Ik begin me loom en moe te voelen. Met mijn linkerhand tussen mijn benen val ik in slaap.
Je bent niet gekomen... Misschien morgen dan.
Klant of man?
Het
ging goed, de voorbije twee weken. Ik kon eindelijk na jaren weer even
normaal kijken naar mijn eigen seksualiteit. Al een poos geen
nachtmerries meer erover gehad dus dat scheelt, weer een aantal
afspraken gehad waardoor ik niet van mijn eigen lichaam vervreemd, weer
toenadering gezocht tot manlief een paar keer - héél onzeker en bang -
maar met een prima resultaat. Heb hem gevraagd te ervaren dat het weer
beter gaat. Dat hij mijn energie moet opmerken. Dat het geen terugval
is als ik me even terugtrek.
Wel drie of vier keer vrijden we op
iets langer dan twee weken. Wanneer dat laatst gebeurde kan ik me niet
eens meer herinneren. Maar nu wordt hij overmoedig. Ik zou haast
kunnen zeggen 'ik heb hem teveel verwend' maar dat is natuurlijk niet
zo...
Er is maar één slecht moment nodig om me weer in mijn schulp te doen kruipen. Eén verkeerde beweging. Een half verkeerd woord...
Hij weet al jàren dat ik dichtklap als hij 's ochtends (of 's avonds)
in bed met opzet zijn erectie laat pulseren tegen mijn benen of billen.
Ik kan het niet hebben! Dan wil ik gillen, roepen, wegrennen en uren
onder de douche gaan staan. We hebben het er al zo vaak over gehad in
het verleden... en telkens vergeet hij het. Het voelt zo bedreigend...
Het hem nu opnieuw zeggen zou alles wat ik opgebouwd heb teniet doen.
Dan zou hij zijn angst zien uitkomen: dat het niet echt beter met me
gaat en dat het maar een tijdelijke opflakkering was.
En nu word
ik boos. Alsof seks het enige referentiepunt is? Alsof je alleen op dat
vlak kan beoordelen of het beter gaat met iemand of niet?
Hij zegt
dan wel dat hij dat niet doet, maar ik wéét hoe belangrijk het voor hem
is en ik wéét hoe hij er onder lijdt... dus ik ga niks zeggen.
Ik
ga zijn penis in mijn rondingen laten porren, ik ga tot tien tellen,
tot honderd als dat nodig is. Misschien doe ik wel even alsof hij een
klant is en dan heb ik nergens last van.
Foto's lezen
Ik ben al een poosje lid van een pagina waar mediums foto's lezen.
Ze lezen enkel je eigen foto, die van je partner, ouders en kinderen.
Ik wou ook wel eens weten hoe het zat, liet iedereen aan de beurt komen.
En ja, het klopte wel. Maar iedereen was geweest en ik had er dus
eigenlijk verder niks meer te zoeken, maar je blijft toch maar lid.
En dan zie je de foto's van anderen op je prikbord voorbijkomen. Je
hebt dan altijd wel een mening over de persoon die er op staat.
Tjee, dat ziet er een driftkikkertje uit!
Ze lacht., maar vanbinnen huilt ze...
Zo'n jonge baby maar al zo'n wijze blik!
Niks bijzonders, dingen die iedereen ziet, toch?
TOCH?
Blijkbaar niet. Ik maakte er een spelletje van en ging personen raden.
Als ik dan keek wat de mediums er over te vertellen hadden was het
vaak hetzelfde.
Ik ging aan mijzelf en mijn omgeving twijfelen. Zagen andere mensen dat dan niet? Hebben ze misschien een brilletje nodig?
Ik waagde het om mijn twijfel uit te spreken. De mediums waren het er
over eens, als ik zo vaak juist 'raadde', dan kwam dat doordat mijn gids
me boodschappen gaf.
Ik 'geloof' in het paranormale maar ik
ben me er erg van bewust dat er veel charlatans tussen zitten of mensen
die denken meer te kunnen dan ze eigenlijk kunnen. Boodschappen van
mijn gids? Ik weet dat ik die heb - zoals iedereen - maar ik kon niet
zeggen dat ik ermee in contact sta. Ik krijg geen visioenen, ik zie
geen beelden, ik ben niet helderhorend, niet heldervoelend, niet
helderruikend. Ik heb zelfs nog nooit een overledene gezien of gehoord.
Niks, nada. Geen trances waarin ik in tongen raaskal.
Ik
kreeg een paar privéberichtjes van onbekenden die mijn bericht gezien
hadden. Of ik even - gewoon voor de lol - hun foto wou lezen? Nu,
vooruit dan maar. En ik ging weer gezellig raden, verzon verhaaltjes
bij de foto's die ik kreeg. Over die baby die volgens mij geesten zag
en zelf de reïncarnatie was van een overleden familielid. En dat de
moeder verkracht was in haar vroege jeugd en bang was dat haar dochter
hetzelfde zou overkomen en daardoor nu zo overbeschermend was.
Over die knappe puberzoon met het grote verantwoordelijkheisgevoel, die
zo goed voor zijn moeder zorgde omdat hij haar verdriet zag en voelde,
hoe onbaatzuchtig hij was en hoe schuldig zij zich voelde daarover.
Alles klopte voor de volle 100% Mijn net verzonnen sprookjes waren wààr.
Hoe kan dit?
Is dit dan 'mediumschap'? Naar dingen raden die dan juist blijken te zijn?
Maar die dingen zijn toch duidelijk af te lezen aan iemand? Het is
makkelijk om één en één op te tellen als je een beetje mensenkennis
hebt. Je ziet een foto van iemand die duidelijk verdriet heeft of er
moe uit ziet, en het is niet zo moeilijk om te bedenken hoe dat komt.
Ik heb geen gave, de anderen zijn blind.
Maar het nieuwtje gaat
rond als een lopend vuurtje. Er is een nieuwe die ook foto's kan
lezen!! Mijn mailbox stroomt vol. Mensen smeken me om hulp. De
beheerders van de pagina willen dat ik mee ga doen als medium.
En ik? Ik ben in de war. En een beetje teleurgesteld.
Mijn hele leven verlang ik er naar om iets speciaals te kunnen. Dit is
niet wat ik bedoelde. Dit is niets paranormaals, dit is heel normaal.
Waar zijn de toeters en bellen? Waar is de sensatie, de koude
rillingen, het geklop of het lichtgeflikker dat me iets wil duidelijk
maken?
Ik raad maar gewoon. Maar daar staan al die mensen, die
me zo graag iets willen vragen, die allemaal bevestiging zoeken en
denken dat ik het antwoord heb.
Ik heb het gevoel dat ik hen bedrieg. Maar ik kan hen niet in de steek laten.
De bizon
Ik
wandel door een klein stadje. Ik ben hier nog nooit eerder geweest maar
toch voelt het vertrouwd aan. Het is stralend weer, de zon schijnt.
Voor me doemt een figuur op. Een man vermoed ik, een soort van monnik,
in een lang donker gewaad met een kap. Hij wenkt me, ik moet hem volgen.
Hij leidt me door de smalle straatjes, eens links, dan weer
rechts. Hij houdt halt voor een klein huisje in de rij, kijk even
achterom en stapt naar binnen.
Ik blijf staan voor de deur en kijk omhoog. Mijn hand reikt naar de grote deurknop, ik moet me bukken om naar binnen te gaan.
Het duurt even voor mijn ogen aan het halfduister gewend zijn. Ik
bevind me in een énorme lege ruimte. Het is er zo groot dat ik niet kan
zien waar de zaal eindigt of begint. Her en der zie ik dezelfde figuren
lopen als de monnik die me hierheen bracht. Reusachtige, felgekleurde
glas-in-loodramen laten het zonlicht naar binnen. Ik zie wat stof dansen
in een oranje lichtbundel.
Dan zie ik, enkele meters bij me
vandaan, een dier staan. Ik knijp mijn ogen samen om het beter te kunnen
zien. Het is een bizon en hij ziet er vervaarlijk uit, monsterlijk
bijna. Zijn ogen lijken te gloeien en hij briest luid. Vier monniken
proberen hem in bedwang te houden met dikke kettingen. Hij schudt wild
met zijn kop, heeft me geroken en staart me aan...
De vier
monniken leiden het dier tot bij mij. Ik ben bang. Ik voel een
zweetdruppeltje langs mijn slaap glijden. Ik wil wegrennen maar het lukt
niet, mijn benen luisteren niet naar me. Ik kan enkel naar de bizon
kijken...
Ze komen steeds dichter, tot hij zo dichtbij is dat zijn
vacht in mijn neus kriebelt. Dan maken ze hem los. De monniken laten me
alleen met het monster.
Ik zie wolkjes adem uit zijn neus komen.
Hij besnuffelt me en ik knijp mijn ogen stijf dicht. Ik weet zeker dat
hij me zal verslinden, ik ben vast één of ander offer maar dan...
Dan knielt hij voor me. Hij zakt door zijn voorpoten, voor me, op de
grond, zijn kop gebogen. Ik zet een stap voorwaarts en leg mijn hand op
zijn kop. Hij maakt een tevreden, grommend geluid. Ik omhels hem en de
tranen biggelen over mijn wangen.
Dan word ik wakker...
Deze droom heeft me nooit losgelaten en ik heb nooit echt begrepen wat hij betekende.
Ik mis mijn bizon...
Mama
Het
is tegenwoordig mode om jezelf te zijn en lak te hebben aan die of dat
en je eigen weg te gaan. Ik heb het er al eens eerder over gehad, en
toen kwamen we uit dat er een groot verschil is tussen wat mensen zéggen
te bewonderen en de praktijk... en dat veel mensen gewoon niet klaar
zijn voor anderen die er boven (of onder) uitsteken.
Eén deel van
mezelf wil altijd zichzelf zijn. De rare, de 'outcast'. Ik ben trots
op dat deel! Het provoceert, het lokt meningen en gedachtes uit en soms
raakt het mensen en dat vind ik prachtig. Maar dat deel van mezelf is
vaak ook erg eenzaam. Wil er zo graag bijhoren.
Mijn andere deel probeert zich dan aan te passen, tot groot ongenoegen van deel één. Die twee zijn regelmatig in een gevecht!
Deel twee fluistert me in dat ik naar buiten moet gaan. Dat ik me bij
een club moet aansluiten of dingen moet gaan doen. Dat ik me moet
inschrijven voor een workshop aromatherapie. Want dat is normaal, weet
je. Als je een thuisblijfmoeder bent dan hoor je soms uit dat huisje te
breken en dingen voor jezelf te doen. Dat is gezond, zeggen ze. Zo
hoort het!
Het feit dat ik daar stiekem geen tot weinig behoefte
aan had, hield dus in dat ik niet normaal was. Niet normaal =
beschadigd. Door gebeurtenissen uit het verleden en gedachtes die er
bij me ingeplant zijn en die ik in stand houd, heb ik mezelf wijsgemaakt
dat naar buiten gaan en dingen doen niet leuk zijn. Ik MOET dus mijn
gedachtepatroon veranderen, aanpassen. Ik moet weer helen zodat ik weer
normaal word en zodat mensen zich geen zorgen meer oven me gaan maken.
Zodat ik kan leren behangen in de avondschool. Want dat doen actieve
moeders nu eenmaal.
Ik heb geleerd dat ik het fout heb! Het is een hele openbaring voor mezelf...
Misschien moet ik helemaal niet 'helen'. Misschien moet ik helemaal
geen actieve hedendaagse moeder worden. Ik zegde de aromatherapie af.
Waarom? Ik noemde het luiheid, angst, gemakzucht, gewoonte. Maar dat
was het niet. Het feit dat ik iets afzeg waarin ik geïnteresseerd ben,
waar ik naar uitkeek, waar ik heen kon gaan zonder te veel gedoe, dat
wou iets zeggen. Wat wou het me vertellen? Wat maakt dat ik zo veel
liever gewoon thuis zit? Ik ben niet bang voor mensen. Ik ontdekte dat
ik het moest omdraaien: ik wil niet vermijden om naar buiten te komen,
ik wil gewoon héél graag thuis zijn!
En toen dacht ik weer aan
mijn eigen kindertijd, mijn moeder. Mama die er altijd was, letterlijk
àltijd. Tot in het oneindige. Mama die me van school haalde. Mama die
thuis was. Mama die naast me in bed sliep. Mama die naar de winkel
ging maar ik die mee moest. Mama mama mama. Overal en altijd, tot ik
er een overdosis van kreeg. Ik wou weg, ik wou naar buiten, ik wou
dingen doen! Maar dat kon niet. Dat mocht niet! Ik bleef bij haar en
ademde letterlijk elk moment van de dag haar geur in.
Nu ben ik
vrij. Fysiek ben ik van haar verlost. Ik kan naar buiten wanneer ik
wil, met wie ik wil. Ik mag gaan doen wat ik maar wil, word
gestimuleerd en krijg alle vrijheid van manlief. Meer vrijheid dan
welke vrouw ook, misschien... Maar hier zit ik. Op de bank. In mijn
kamerjas... En het voelt heerlijk! Het voelt heerlijk omdat ZIJ er
niet meer is. Ik hoef niet meer naar buiten nu. Ik hoef niet meer te
vluchten. Als manlief naar zijn werk is en de kinderen zijn op school,
ben ik alleen. Alleen zijn is voor mij meer waard dan die
gastronomische wandeling voor actieve moeders. Dan geniet ik. Het
genot is vaak zo overweldigend dat ik er niet eens van kàn genieten, dat
ik er onrustig van word.
Ik ruik haar niet meer. Ik zie haar niet meer. Maar soms hoor ik haar stem nog wel.
Ik weet nu dat ik niet hoef te 'helen'. Het is een groot inzicht dat ik nog niet helemaal kan bevatten...
Ik schrijf
Eindelijk... eindelijk ving ik een glimp op van mezelf.
Ik was zo lang zoekend, vertwijfeld... wie ben ik, wat hoort bij mij en
wat niet, welk deel is écht van mij, welk deel is me aangepraat...
Ik haalde diep adem, en liet dan de lucht langzaam puffend weer
ontsnappen... In mijn hoofd zei ik een mantra op: laat de angst los;
laat de angst los; laat de angst los. Tegelijk probeerde ik mezelf te
aarden. Ik zat met gekruiste benen en ik stelde me voor dat er vanuit
mijn staartbeentje sterke, lange, stralend gouden wortels groeiden die
pijlsnel de aarde in schoten en zich daar verankerden. Intussen bleef ik
het herhalen: laat de angst los; laat de angst los...
Ik
opende mijn ogen en keek voor me uit. Er gebeurde niets... Tot ik plots
iets zag bewegen in mijn ooghoek. Ik keek opzij. Niks. Het was vast mijn geest die een spelletje met me speelde.
Toen zag ik het opnieuw! Voorzichtig draaide ik mijn hoofd, en zag
mezelf. Daar zat ik, aan de andere kant van de kamer. Mijn andere 'ik'
keek even op, glimlachte verlegen naar me en ging dan weer verder met
waar ze mee bezig was.
Vreemd genoeg was ik niet verbaasd mezelf
daar te zien zitten. Ik was nieuwsgierig, wou weten wat 'ik' aan het
doen was. Ik stond op en wandelde naar haar toe, hurkte toen ik bij haar
aangekomen was.
'Ik' was aan het schrijven. Tientallen, misschien
wel honderden volgeschreven vellen lagen rondom haar verspreid. Ze had
een blauwe balpen stevig in haar kleine hand geklemd en ik hoorde hoe
het balletje zachtjes een tikkend geluid maakte bij elk woord dat ze
schreef. Ze zag er gelukkig uit, verwoed en intens bezig, maar toch in
haar eigen oase van rust.
Toen keek ze weer naar me op. Ze
glimlachte bemoedigend toen ze een leeg vel over de grond naar me
toeschoof en haar balpen naar me uitstak. Ze knikte naar me, 'toe dan',
leek ze te zeggen, 'schrijf'.
Verbaasd nam ik de pen van haar aan.
Ze voelde gloeiend heet, en toch deed het geen pijn, verbrandde ik me
niet. Ik bracht de pen naar het lege vel papier dat ik van haar gekregen
had. Plots ging alles vanzelf. De woorden vloeiden en de pen gleed over
het papier als werd ze bestuurd door een onzichtbare kracht. Steeds
vlotter en sneller. Ik sloot mijn ogen en huilde. Gelukzaligheid is soms
zo moeilijk te verdragen...
Abonneren op:
Posts (Atom)