Van onder
Over intieme lichaamsdelen werd niet gesproken, tenzij met veel schroom en omwegen.
Toen ik ongesteld werd kreeg ik geen voorlichting, geen gesprek, geen
troost of begrip. Ik was makkelijk vatbaar voor vaginale infecties, als
heel jong meisje al, zonder seksueel actief te zijn. Nu denk ik dat de
infecties deels psychosomatisch van aard waren.
De eerste keer dat
ik het had, was mijn moeder erg boos. Ze kon niet begrijpen dat ik
zoiets had 'opgelopen' en toch geen seks had. Het woordje 'seks' werd
trouwens ook niet uitgesproken, ze vroeg me dan of ik 'er ene aan mij
had laten zitten'.
Ze ging met mij naar de huisarts, wat ik vreselijk gênant vond.
"Ja, dokter W... ze heeft een ontsteking... vanonder!"
Pas toen dokter W haar verzekerd had dat vaginale infecties doodnormaal
zijn en niets te maken hoeven hebben met seks of gebrek aan hygiëne
bedaarde ze. Eenmaal weer thuis werd het onderwerp weer doodgezwegen.
Ik heb nooit geweten hoe ik mezelf 'daar' moet benoemen. Vagina. Schede. Vagijn. Kut. Poesje. Spleetje. Gleuf. Geboortekanaal.
Alles klinkt even walgelijk, smerig, onnozel. Stuk voor stuk woorden waar ik een hekel aan heb en die niet bij me passen.
Door het nooit benoemd te hebben, is het een deel van me geworden waar ik me voor schaam, waar ik bang voor ben.
Een deel dat ik niet kan aanvaarden als een deel van mezelf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten