Blote troost
Doorheen al die jaren waren er altijd mensen die me wilden troosten.
Kom, meisje, zet je eens op mijn knie. Vertel het maar allemaal aan
mij. Ik zal luisteren. Ik begrijp je. Ik veroordeel je niet. Arm kind...
Niet alle mannen zijn zo, dat weet je toch wel?
Ja, dat wist ik. Daar was ik ook van overtuigd. Nog steeds.
Daar moest ik van overtuigd zijn, van mezelf.
Ik ben niet zo hoor, ik zou een meisje nooit zo behandelen. Ik ben lief
en zacht voor meisjes zoals jij. Ik zal je troosten. Vlij je maar tegen
me aan.
En ik huilde en vertelde. Snikte het uit. Legde mijn ziel bloot.
Onderwijl legden zij hun penis bloot.
Want zo een teer, fragiel meisje dat zo veel aan moet kunnen, zoveel te
verduren krijgt, dat werkte op hun vadergevoel. Ze wilden me troosten,
er voor me zijn. Me helpen. Zij konden me genezen, me uit het dal
trekken.
Maar eerst wilden zij mijn dal verkennen. Hun penis werd
bloter en bloter. Ik bracht een soort kortsluiting bij hen teweeg. Ze
voelden zich vader, maar dronken van mijn lichaam. Ze konden het niet
tegenhouden. En ik, ik had er de kracht niet meer voor om dat te doen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten